Brief aan schepen de Regge januari 2013

Deze brief die we in januari 2013 verzonden naar schepen de Regge bevat een beknopte geschiedenis van de bezetting en hoe stad Gent met ons omging tot toen.

Beste nieuwe schepen van vastgoedbeheer Mevrouw de Regge,

we waren blij te vernemen dat er een andere schepen van vastgoedbeheer is in de bestuursploeg vanaf 2013; op deze manier kunnen we immers duidelijk maken dat er in de vorige legislatuur nogal wat misgelopen is in het dossier, in de communicatie en in de samenwerking betreffende de Warmoezeniersweg nr. 10. Om te verhelderen wat dit precies inhoudt zouden wij u na ons verzoek graag een korte geschiedenis hiervan schetsen in de hoop dat er onder het nieuwe beleid een andere aanpak gevonden kan worden.

Ons verzoek is dan ook om de huidige gang van zaken (in casu de voorbereidingen voor de reeds vastgestelde sloopdatum) een alvast tijdelijke halt toe te roepen gezien deze ontwikkeling gebaseerd is geweest op achtergehouden informatie binnen de dienst vastgoedbeheer en op een non-communicatie tussen de verschillende stadsdiensten waarvan één het belang van het project ’t Landhuis voor de toekomst nog steeds aan het onderzoeken is. De toekomstplannen voor dit perceel zijn nog niet openbaar bekend en onze positieve tijdelijke invulling lijkt dan ook nuttiger dan een voortijdige sloop en daaropvolgende braakligging.

Ook kan deze informatie relevant zijn gezien we via de burgemeester de vraag gesteld hebben om eens samen te zitten en dat u als betrokken schepen alvast op deze manier reeds op de hoogte bent van de situatie tot dusver. We sturen dan ook binnenkort een herinnering aan burgemeester Termont met de vraag wanneer we afspraken kunnen maken.

Het Landhuis aan de Warmoezeniersweg nr. 10 werd in mei 2010 gekraakt door een groep Gentenaars die op zoek waren naar een stuk grond dicht bij de stad om te tuinieren.

Het Landhuis werd voordien gebruikt als sociale bioboerderij/tewerkstellingsplaats door vzw Ateljee die ondertussen verhuisd is naar een nieuw lap grond met serres in Melle. Daarvoor (sinds 1992) was het ook al een biologische activiteitenboerderij voor kansarmen en thuislozen, dit via de vzw Home Prins Albert. Met onze werking hebben we deze traditie verdergezet op autonome basis.

Na de kraak ontstond er een goed mondeling contact met één van de toenmalige eigenaars die ons initiatief naar waarde wist te schatten. Via hem kwamen we te weten dat stad Gent deze grond wou aankopen. En aan het einde van de zomer van 2010 werden we samen met de eigenaar uitgenodigd voor een gesprek met de dienst Vastgoedbeheer (Evi De Block). Als teken van onze goede wil brachten we voor de beide partijen een mand mee met enkele vruchten van het eerste seizoen, alsook met appel- en perensap gezien er op het veld ook een laagstamfruitboomgaard te vinden is. Ondertussen werden daklozen in het huis ondergebracht en de schuur kon gebruikt worden als vergaderruimte en opslagplaats voor diverse projecten die met ecologisch leven en tuinieren te maken hadden. Het was een vriendelijk gesprek (weliswaar zou blijken dat de sfeer veranderde van zodra de stad zelf eigenaar werd) en er werd ons verzekerd dat we niet weg zouden moeten zolang de plannen er niet waren (men zou later gebruikmaken van de vaagheid die men kan toekennen aan het woord ‘plannen’ bv. plannen om jullie weg te krijgen).

Na een constant opschuiven van de aankoopdatum met een voortdurende waarschuwing om niet te veel moeite te steken in tuinactiviteiten gezien de grond ‘weldra’ van eigenaar zou veranderen, werd de grond uiteindelijk in december 2011 (een jaar later dan gepland) aangekocht door de stad. Ondertussen gingen we op zoek naar de plannen voor dit gebied maar naast de informatie die ons bij het laatste gesprek werd meegedeeld (nl. het gebied tot aan het einde van de Warmoezeniersweg zou een sportzone worden) konden we niets concreets vinden. Ondertussen hadden we ook de werking van het Landhuis uitgebreid. Dit betekent dat we een Opentuindag hadden begin 2011 om mensen uit de buurt en mensen uit Gent die op zoek waren naar een stuk grond om te tuinieren (de wachtlijsten voor volkstuinen zijn immers groot) uitnodigden om een kijkje te komen nemen en om samen de tuin te organiseren. We kochten collectief compost en materiaal aan om het seizoen te starten met een experimentele groepstuin en met verschillende individuele volkstuintjes. Zoals gezegd kocht de stad de grond aan in december 2011; opnieuw werden we uitgenodigd voor een gesprek met de dienst vastgoedbeheer.

Op dit gesprek begin 2012 werd ons gevraagd hoe lang het moest duren om “alles uit de grond te trekken, twee weken?”(Katrien Haud’huyze, Ann Pieters). Er werd ons verteld dat er een rechtstreekse beslissing was van Christophe Peeters om het terrein en de gebouwen aan een antikraakfirma ter beschikking te stellen. Over de toekomst van de percelen werd gezegd dat we de plannen gerust konden inkijken, dat deze openbaar waren (we hebben dit tot heden geprobeerd, deze zoektocht stootte steeds op onwetendheid). Onze vraag om contextueel om te gaan met de ‘krakers’, om te kijken naar wat er op het perceel gebeurde en wat we organiseerden, werd simpelweg genegeerd. Ons contractvoorstel waaraan we met zijn allen lang gewerkt hadden om tegemoet te komen aan de verantwoordelijkheden van de stad werd van tafel geveegd en zelfs niet in overweging genomen. De vraag of de kinderen die er kwamen helpen met mama/papa in de tuin dan ook krakers waren werd bevestigend beantwoord. Ons concreet plan om een nieuwe Opentuindag te houden voor 2012 werd afgewezen. Kritiek op het “proactief antileegstandsbeleid” dat meer lijkt op een repressief antikraakbeleid viel in dovemansoren.

Het spreekt voor zich dat we het hierbij niet konden laten. Afgezien nog van de arrogantie waarmee we behandeld werden vonden we het absurd dat de beslissing lag bij deze ene persoon die nog nooit het project of het perceel zelf of de burgers die dit beheerden of de argumenten waarmee dit gebeurde in ogenschouw genomen had vanwege een hoogst persoonlijk voorkeursprincipe en daarnaar afgesteld antikraakbeleid dat met de realiteit van de Warmoezeniersweg nr.10 weinig van doen had. Een petitie werd opgesteld (terug te vinden op https://tlandhuis.wordpress.com met een begeleidende tekst, de stand van zaken en argumenten), we klaagden de situatie aan bij de ombudsvrouw, contacteerden de pers en bereidden ons voor op een ontruiming.

Kort daarna ontvingen we een mail van de burgemeester dat we sowieso alvast konden blijven tot juli en dat het bizar was dat schepen Peeters dit niet had laten weten aan ons. Schepen Peeters liet nog weten dat hij de gerechtelijke procedure zou starten. Al onze moeite bleek een maat voor niets geweest gezien schepen Peeters hier slechts op eigen initiatief handelde. En dit werkt nog steeds door; vandaar ons verzoek. We snappen ook niet waarom er zo’n tegenstand geboden wordt aan een initiatief dat in lijn ligt met de grote lijnen van het beleid van de stad Gent. De enige reden die we konden vinden was dat de schepen Peeters het licht in onze ogen niet gunde en met deze situatie zo snel mogelijk een komaf wou maken. Op dat moment was schepen Peeters ook schepen van Sport; en ambitieus voor zijn termijn. Niets mis mee natuurlijk zolang men rekening houdt met andere noden en diensten. Die ambitie vinden we ondermeer terug op de website van de stad Gent; een artikel met als datum 21.12.2012 toont nog eens de realisaties van de schepen: http://www.gent.be/eCache/THE/4/159.bGlzdHZpZXc9cGVyc2JlcmljaHRlbl9hcmNoaWVmJnJlYz0xODE4MjEmeWVhcj0yMDEyJm1vbnRoPTEy.html

Ook vinden we hier terug dat er een RUP is voor de uitbreiding van het voetbalcomplex voor K.A.A. Gent. Een RUP dat we eigenlijk nergens terugvinden en waar we geen informatie over krijgen. Mails met de vraag naar info naar de Sportdienst blijven onbeantwoord.

Na het bericht dat we konden blijven beslisten we om de Opentuindag opnieuw door te laten gaan met het caveat dat we spijtig genoeg geen zekerheid hadden na juli 2012. Schepen Peeters had immers via de pers laten weten dat we een gerechtelijke procedure zouden ondergaan en dat in juli begonnen zou worden met de sloop en het bouwrijp maken van de grond. Er werd echter opnieuw gewerkt aan het nieuwe seizoen voor de experimentele groepstuin en ondanks het caveat waren er meer individuele volkstuintjes dan het jaar voordien. We kunnen stellen dat de losse organisatie nu zo een vijftigtal tuinders telt en dat uitbreiding nog steeds mogelijk is. Ook dit jaar werd in oktober een ‘appeldag’ gehouden om de vruchten van de laagstamfruitbomen te verwerken.

In augustus 2012 stuurden we een brief naar schepen Peeters, schepen Baltazar en naar de burgemeester. Deze brief staat in bijlage in deze mail. Het betreft een vraag om duidelijkheid omtrent de huidige situatie en het toekomstige tuinseizoen en een aanbeveling om te onderzoeken of de éne hectare van het Landhuis niet als volkstuinperceel behouden kan blijven en of er niet voor een ontsluiting kan gezorgd worden met het dichtbevolkte Ledeberg. Enkel van schepen Peeters kregen we geen ontvangstbevestiging. Om de vraag kracht bij te zetten contacteerden we verschillende organisaties in Gent en Ledeberg. Mede-ondertekenaars waren Samenlevingsopbouw Ledeberg, Voedselteams Ledeberg, Transitie Ledeberg, Gents MilieuFront, JNM, Boer’n’Brood, Groenten Uit Gent, Ledeberg Breekt Uit, vzw Kutunka en VZW Roots and Culture. We stuurden een herinnering in september 2012. De dienst van schepen Baltazar bleek onze brief en vraag te onderzoeken. Ook deze maand nog kregen we bericht dat dit onderzoek nog volop bezig is.

Net voor de verkiezingen van oktober 2012 kwamen in de gemeenteraad nog twee punten naar voor die indirect betrekking hadden op het Landhuis en waar niemand van ons noch van de organisaties die de brief mee ondertekenden op de hoogte van werd gesteld. De eerste is de ‘voorlopige aanname’ van onteigening van de percelen naast het Landhuis en de tweede een subsidie van 900.000 euro voor K.A.A. Gent voor de uitbouw van de terreinen. Dit is ook het eerste document waarop concretere plannen vermeld staan.

Opnieuw werden we gecontacteerd door de dienst vastgoedbeheer in december 2012. Ondertussen kwam de asbestinspectie langs, wat een voorteken van de lopende sloopprocedure was. Het bleek dat de schuur van het Landhuis een enorm stevig gebouw is dat renovatie-waardig is; dit bleek echter niet in overweging genomen te worden – de beslissing van bovenaf dicteerde immers de sloop zonder dat ooit naar het gebouw zelf gekeken werd. Onlangs werd onze contactpersoon opnieuw opgebeld met de vraag van iemand van de technische dienst in opdracht van de dienst Vastgoedbeheer om toegang te krijgen tot het perceel voor verder slooponderzoek; dit gaf concreet de aanleiding tot onze vraag om tussen te komen en om verdere informatieverstrekking. Zowel het sociale en educatieve weefsel gevormd rond de ruimte die het Landhuis biedt, als het onderdak voor de ‘conciërges’, als de biologische groenten in het kader van zelfvoorziening voor de volkstuinders zijn immers belangrijk genoeg om informatie te winnen rond dit dossier. Dat trouwens wel tijd en moeite genomen wordt voor de opmaak van een sloopbestek maar niet voor het eventueel implementeren van het gebouw in het onderzoek dat momenteel gevoerd wordt vinden we bizar; naast het feit dat slopen energie- en geldverslindend is.

In december 2012 kwamen de contactpersonen van het Landhuis terug van een gesprek met de dienst Vastgoedbeheer (Ann Pieters). Opnieuw bleek dezelfde arrogantie als in de voorafgaande contacten van tel. (Laat wel duidelijk zijn dat we sowieso tevreden waren toch uitgenodigd te worden om aan te horen wat er zou gebeuren. Het is beter dan via de pers iets te horen te krijgen. Uit het verleden weten we echter dat al dan niet opzettelijk gegoocheld kan worden met bepaalde data.) Er werd meteen meegedeeld dat de sloopdatum vaststond (7 mei 2013) en dat hier niets aan te veranderen viel. Op de vraag of er al een reactie op de brief was bleek dat niemand binnen de dienst Vastgoedbeheer hiervan op de hoogte was; een exemplaar werd hun dan maar persoonlijk overhandigd. Op de vraag of er ruimte was voor inspraak werd geantwoord dat dit soort inspraak waar ‘wij van droomden’ niet van toepassing was. Er werd ons meegedeeld dat we blij mochten zijn er tot nu toe te mochten blijven en dat de reden hiervoor het opmaken van het sloopbestek was. Op de vraag of het openbaar onderzoek van de percelen naast het Landhuis nog lopende was werd geantwoord dat dit reeds verlopen was; op de reactie dat we geen borden gezien hadden met de ‘gele’ aankondiging werd geantwoord dat dit genoeg verspreid was geweest via andere kanalen. Tijdens het gesprek werd ook gevraagd wanneer de plannen uitgevoerd zouden worden op het terrein van het Landhuis en waar deze plannen te vinden waren; of hiervoor een RUP nodig was; wie beslist had dat dit alles sportzone zou worden en hoe heel de procedure in elkaar stak – hierop kwam geen antwoord behalve misschien ‘alles wordt concreter en concreter’. Op de vraag of de tuin dan misschien nog een seizoen gebruikt kon worden werd geantwoord dat dit niet mogelijk zou zijn gezien er plannen waren voor een gasleiding door de tuin. Dit was het eerste wat we hiervan hoorden. De zoektocht naar informatie over deze gasleiding leerde dat alle exploitanten van de percelen waar deze gasleiding zou komen voorafgaande aan alle procedures geïnformeerd zouden worden. We moesten de landmeter die voor het bedrijf langs kwam dan ook de toegang even weigeren gezien wij door Fluxys blijkbaar overgeslagen werden in de informatieverstrekkingsprocedure. Een onafhankelijk onderhandelaar wist ons te vertellen dat men ten vroegste aan de leiding zou beginnen in 2014 en dat deze leiding hoogstwaarschijnlijk niet door de tuin getrokken zou worden.

Een hele boterham; maar dit alles zorgt ervoor dat we u verzoeken om de lopende sloopprocedure alvast uit te stellen. Nog steeds lijkt het alsof men ons eerdere verzoek niet serieus neemt terwijl we spreekwoordelijk met de spade in de handen staan om aan stadslandbouw te doen. De sloopprocedure werd gestart vanuit de vorige legislatuur met schepen Peeters die zijn eigen dienst niet informeerde met belangrijke informatie; de dienst zelf blijkt dan ook nog niet juist geïnformeerd te zijn over toekomstige werken en de dienst is er niet van op de hoogte dat een andere dienst bezig is met een onderzoek aangaande dit dossier; ook de autoritaire éénrichtingscommunicatie is een doorn in het oog van een beleid dat informatie, communicatie en inspraak hoog in het vaandel wenst te dragen. We herkennen in dit alles een hoogstpersoonlijke stempel van een schepen die deze procedure gestart is vanuit principiële ambities die dit burgerinitiatief en alle communicatie die het politieke eigenbelang niet dient, wenst te negeren. We hopen bij deze u voldoende geïnformeerd te hebben over de concretisering van zo’n beleid (bv. antikraak) en over de aanpassingen die het dient te ondergaan om met dergelijke situaties om te gaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s